AB II-06

Beschrijving

Albert Brussee

VOCALISE OP HET PRELUDIUM IN C-KLEIN VAN J.S. BACH
– voor sopraan (fluit, hobo) en piano
– voor piano tweehandig

Boven het eenvoudige Preludium in c-klein van J.S. Bach (‘Pour le luth’, BWV 999), klinkt een romantische melodie (zonder woorden), die door zijn vele technische en ritmische complicaties kan dienen als vocalise (etude voor de stem). Oorspronkelijk in 1988 bij Broekmans & van Poppel in ‘composers handwriting’ uitgegeven, betreft het een heruitgave, waarbij de uitvoeringsmogelijkheden zijn verruimd. Nieuw toegevoegd werd een versie voor piano-solo.

AB II-06_0

RECENSIES
Pianist/componist Albert Brussee heeft onlangs twee interessante nieuwe composities het licht doen zien. Het eerste werk is een Vocalise op het Preludium in c-klein (‘Pour le luth’, BWV 999) van J.S. Bach. Brussee heeft hierbij een technisch uitdagende melodie geschreven, welke, net als de Ave Maria-melodie van Gounod, bovenop de harmonische structuur van de prelude ligt. Er zijn twee versies in de publicatie opgenomen: één voor sopraan (fluit, hobo) en één voor piano-solo. Van beide versies is de melodie identiek. Voor de pianist die solo speelt is het een uitdaging de begeleiding en melodie soepel te combineren. Brussee speelt in zijn zetting met de relatie tussen de nieuw-gecomponeerde melodie en de ritmiek en harmoniuek van de onderliggende prelude. Hij doet dat door slim gebruik te maken van de mogelijkheden om de driekwarts-maat (met zestiendenpuls) als zes-achtste, of zelfs vier groepen van drie zestienden op te vatten. Echter, de ritmische en harmonische spanningen die dit oproept zijn mijns inziens niet altijd even geslaagd. Het werk is uiteindelijk een welkome aanvulling in de traditie van de vele negentiende-eeuwse vocalises: een technische oefening in de vorm van een ‘Lied ohne Worte’ op een inspirerende begeleiding van J.S. Bach.
Karst de Jong, Piano Bulletin 2013-1.

In de traditie waarin Gounod zijn Ave Maria bouwde op de eerste prelude van Bachs Wohltemperiertes Klavier (Deel I) heeft Albert Brussee eenzelfde kunststukje volbracht met een vocalise op het Preludium in c. De meningen over zo’n bewerking lopen uiteen. Voor sommigen is het heiligschennis, voor anderen een verrijking van Bachs origineel. Hoe je hier ook over mag denken, feit blijft dat Brussee een intrigerende melodie heeft geschreven. In de gestiek zit op veel plaatsen onvervalste barokretoriek, die goed aansluit bij de dramatische ontwikkeling van de onderliggende Bachse harmonieën. Maar er is meer: boven de stabiele motoriek van de prelude pendelt het accent in de melodie heen en weer tussen drie en twee tellen in de maat (respectievelijk 3/4 en 6/8). Omdat het tempo langzaam wordt genomen, krijgen de frases van 6/8-maten het karakter van een sicilienne, waardoor op een uiterst geraffineerde manier twee barokke vormen worden gecombineerd. De vocalise kan worden gezongen (de vocaal wordt oveigens niet voorgeschreven, wat mogelijkheden tot variatie in klankkleur biedt), maar ook worden gespeeld op fluit of hobo. Als extratje is een versie voor piano-solo toegevoegd. Je zou het zelfs als orgeltrio kunnen spelen.
Maarten Boonstra, PianoWereld 2013-2.

ZAKELIJKE GEGEVENS
© 2012 AB Music Productions & Editions, Den Haag.
12 bladzijden.
Verkrijgbaarheid: via de reguliere muziekhandel of rechtstreeks bij de uitgever.
Prijs: € 8,50.

Categorie:

8.50