In het voetspoor van Franz Liszt

Een rondreis door Europa (zomer 2016)

 

SAMSUNG CAMERA PICTURES

 

Noodzakelijke research in verband met mijn boek The Mazeppa Music of Franz Liszt deden me besluiten in de zomer van 2016 op onderzoek uit te gaan. In de loop van de afgelopen maanden had ik verschillende onderwerpen genoteerd die nog aanvullende informatie behoefden, informatie die ik niet in boeken of op internet had kunnen vinden, en de tijd was gekomen te trachten deze ‘op locatie’ op te sporen. Daarnaast hoopte ik nog wat andere zaken na te trekken en een paar vrienden te ontmoeten.

Het aantal foto’s dat gedurende deze drie weken durende studiereis werd gemaakt bedraagt (na twee selecties) 382, en het laat zich begrijpen dat ik die niet allemaal kan laten zien. We volstaan met een korte reportage van uitsluitend de mooiste foto’s die, tezamen met de verbindende teksten, een indruk geven van mijn omzwervingen in het voetspoor van Franz Liszt.

Brussel

SAMSUNG CAMERA PICTURES

Met mijn Interrail-abonnement naar Brussel reizend, had ik daar enkele uren de tijd om rond te kijken, want de Thalys naar Parijs vertrok pas laat in de middag. Op de Grote Markt, in een hoekje, zag ik een prachtige muurschildering. Het betrof een gedenkplaat die memoreert dat Karel Buls, burgermeester van Brussel, vrijmetselaar, en een groot voorstander van een ‘organisch groeiende stad’, het historische pand de Sterre (dat in 1852 gesloopt was onder het voorwendsel dat het verkeer erdoor werd belemmerd) opnieuw had laten opbouwen. De plaquette in de destijds heersende Jugendstil is een dankbetuiging van de burgerij voor dit lofwaardige initiatief.

Parijs

Ik was naar Parijs gegaan om onderzoek te doen naar Eugène SAMSUNG CAMERA PICTURESBoré, een geestelijke die veel zendingswerk in Klein-Azië heeft gedaan en Liszt, toen deze in Constantinopel was, ontmoet heeft. In de hoofdvestiging van de Bibliothèque nationale de France, de zogenaamde bibliotheek François Mitterrand – vier enorme gebouwen als wolkenkrabbers zo hoog en verbonden met lange gangen, alles rondom een aangelegd ‘bos’ waarin de natuur de vrije hand wordt gelaten; zo heeft men er 33 soorten vogels geteld en 16 soorten spinnen…. – heb ik drie boeken over Boré doorgewerkt op zijn contact met Liszt. Belangstellenden wordt verwezen naar een dit jaar nog te verschijnen artikel, ‘Franz Liszt in Klein-Azië?!’, dat in het Tijdschrift van de Franz Liszt Kring gepubliceerd zal worden.

De Bibliothèque Mitterrand bevindt zich aan de zuidoever van de Seine, achter Gare Austerlitz in het oosten van Parijs. Om een uur of vier klaar in de bibliotheek besloot ik langs de Seine naar het Île de la Cité terug te wandelen, een flinke wandeling van zo’n anderhalf uur die niet veel toeristen zullen maken. Als men het Île Saint-Louis nadert, loop je opeens door de langgerekte Jardin Tino Rossi. Tino Rossi was een schatrijk geworden Corsicaanse componist, zanger en filmster, die bij zijn dood in 1983 deze ‘jardin botanique’, incluis de tientallen moderne beeldhouwwerken van kunstenaars als Zadkine, aan de stad Parijs heeft nagelaten. Het is alsof je plotseling door de beeldentuin van het Kröller-Müllermuseum wandelt! Even later doemt dan de Notre-Dame op en loopt men spoedig op bekend terrein langs die ontelbare kleurrijke stalletjes aan weerszijden van de rivier.

 

Stuttgart

De volgende dag, op donderdag 21 juli, heb ik Prof. Dr. László Szentpaly in Stuttgart ontmoet. Ik had hem leren kennen tijdens de International Liszt Conference in Stuttgart in 2011. Door de vele e-mails die hij me in de jaren nadien gezonden heeft, is er een zekere vriendschap tussen ons gegroeid en ik had beloofd hem op te zoeken als ik in de buurt was. Hij had me al laten weten dat hij uitgerekend die donderdagavond naar een concert ging en had voorgesteld een tweede kaartje voor mij te kopen. Het werd dus een gedenkwaardige avond, zowel door de vriendschappelijke omgang met de al bejaarde maar nog altijd zeer levendige professor – hij is eigenlijk scheikundige, maar daarnaast een groot muziekliefhebber met thuis een enorme collectie CD’s waarbij die van mij in het niet verzinkt – als door de muziek. Op het programma stond namelijk de complete Romeo et Juliette-muziek van Berlioz voor solisten, koor en orkest. Deze ‘Symphonie dramatique’ behoort tot de hoogtepunten van Berlioz’ oeuvre en het was een buitenkansje dit meesterwerk nu eens in zijn totaal te horen.

Voorafgaand SAMSUNG CAMERA PICTURESaan onze ontmoeting was er nog tijd even het oude centrum van Stuttgart in te lopen. Van voorgaande bezoeken wist ik dat aan de Schlossplatz, tegenover het Neues Schloss, een uitstekende tearoom annex banketbakkerij te vinden is, en ja, aangezien het theetijd was…. Onderstaande foto geeft een indruk van het fraaie uitzicht dat ik daar had.

 

 Weimar, Wilhelmsthal, Belvedere

Het was laat in de middag toen ik de volgende dag in Weimar, waar ik sinds 2009 niet meer geweest was, aankwam. Na me geïnstalleerd te hebben in het tegenover het station gelegen Hotel Keizerin Augusta – zij was een zuster van Groothertog Carl Alexander van Sachsen-Weimar-Eisenach en zou later de echtgenoot van Keizer Wilhelm I worden – ben ik direct op pad gegaan. De Carl-August-Allee met zijn statige villa’s; het door Carl August en zijn vrouw, onze Nederlandse Prinses Sophie van Oranje-Nassau, opgerichte ‘Neues Museum’, dat bij mijn eerste bezoek aan Weimar in 1986 nog als een ruïne overwoekerd met struiken leeg had gestaan, maar enkele jaren geleden is gerestaureerd en weer als museum in gebruik is genomen; even later de muziekschool Johann Nepomuk Hummel aan je rechterhand – ja, in Duitsland heb je nog muziekscholen! – met dat aardige, vergulde standbeeld van een musicerend kind voor de ingang; verderop schuin links de Wielandstrasse, die naar de Theaterplatz met het bekende Goethe- und Schiller-standbeeld van Rietschel leidt; daar begint de zogenaamde Esplanade, de brede, met hoge bomen getooide voetgangerszone die rechtstreeks voert naar het hart van het oude Weimar; de Marktplatz met zijn gotische raadhuis, het Cranach-Haus en Hotel Elephant, waar Liszt bijna een jaar gewoond heeft eer hij de Altenburg betrok – – – hetSAMSUNG CAMERA PICTURES voelde als een thuiskomen.

 

De foto hiernaast toont de Neptunes-Brunnen op de markt; op de achtergrond ziet men het kleurige renaissancehuis waar in de zestiende eeuw de schilder Lucas Cranach de Oudere gewoond en gewerkt heeft. Veel van zijn schilderijen zijn in het Schloss-museum te bewonderen. Het is vandaar niet ver naar het groothertogelijk slot, zo fraai aan het riviertje de Ilm gelegen; zie voor een foto de titelpagina van dit reisverslag.

 

Op zaterdag en zondag is het Goethe-und Schiller-Archiv gesloten, zodat ik twee dagen tijd had voor sightseeing. Zaterdag ben ik naar Wilhelmsthal gegaan, één van de zomerpaleizen van de groothertogen van Sachsen-Weimar-Eisenach. Liszt heeft daar menigmaal op uitnodiging van Carl Alexander enkele dagen doorgebracht. Wilhelmsthal ligt niet ver van de Wartburg bij Eisenach, het middeleeuwse slot waar de opstandige, geëxcommuniceerde Maarten Luther een jaar ondergedoken heeft gezeten en het Nieuwe Testament in het Duits vertaald heeft. Het werd een avontuurlijke dag.

Na een goed ontbijt ging ik op weg. Met de trein in Eisenach aangekomen, bleek het busvervoer in het weekend plat te liggen. Dan maar wandelen, besloot ik – Wilhelmsthal ligt ongeveer zeven kilometer van Eisenach verwijderd – maar gezien de dreigende donderwolken aan de hemel leek het me raadzaam eerst een regenjack te kopen; het was de voorgaande dagen warm zomerweer geweest en ik had geen jas meegenomen. Soms heeft een mens geluk. De eigenaar van de sportzaak waarin ik op goed geluk was binnengelopen, bleek een buitengewoon aardige, hulpvaardige man te zijn, die me niet alleen tegen sterk gereduceerde prijs – die mintkleur verkocht hij toch niet! – een goed regenjack verkocht, maar me tevens behulpzaam was bij het vinden van de juiste wandelroute. Aan de hand van een landkaart, geplakt op de binnenzijde van de deur van zijn kantoortje, toonde hij me de locatie van het groothertogelijk slot en ried me aan niet via de Wartburg te lopen, langs de vrij drukke provinciale weg, maar een locaal treintje naar Förtau te nemen; vandaar was het nog slechts vier kilometer lopen naar Wilhelmsthal door heuvelachtig landschap.

Zijn goede raad volgend, kwam ik een uurtje later in Förtau aan en kon direct mijn jack uitproberen, want mijn voorgevoel had me niet bedrogen. Het was even moeilijk uit te vinden hoe je moest lopen – de trein uitstappend stond je op een nauwelijks verhard pad, nergens borden – , maar op goed geluk de spoorbaan overstekend en na een paar keer vragen vond ik de weg naar Wilhelmsthal, waar ik een uur later doorweekt aankwam.

 

SAMSUNG CAMERA PICTURES

SAMSUNG CAMERA PICTURES

Ik had thuis op internet gelezen, dat het paleis al vele jaren leeg staat en plannen tot restauratie wel gemaakt, maar nog niet geëffectueerd waren. Dit bleek inderdaad zo te zijn. De voormalige, tamelijk uitgestrekte buitenplaats was volstrekt verlaten. Ik ben geen mens tegengekomen; alleen een kudde schapen kwam me blatend tegemoet. Maar juist daarom, in zijn verlatenheid, maakte deze stille getuigenis van een ver verleden diepe indruk op me, en wel een uur lang heb ik de troosteloze gebouwen en het verregende park gefotografeerd.

Vooral de binnenhof met zijn Dorische zuilen en afgebladderde, okeren muren is uiterst pittoresk. De gebouwen zelf zijn afgesloten en de ramen geblindeerd, zodat ik van de bekende muziekzaal, waar Telemann nog gedirigeerd heeft, niets gezien heb. Deze ovalen concertzaal staat bekend als de oudste vrijstaande concertzaal van Europa.

De terugtocht ging via de Wartburg. Dat betekende twee kilometer lang tamelijk stijl klimmen. Gelukkig was het opgehouden met regenen. Op het hoogste punt, niet ver van de bekende Drachenschlucht bij de Wartburg, ben ik in een eenvoudige uitspanning, Hohe Sonne, aan het Himbeeren-gebak gegaan, dat voortreffelijk smaakte. Gelukkig vertrok daar een bus richting Eisenach, zodat ik tegen etenstijd behouden in Weimar terugkeerde.

In een hoekje van de gezellige Wintergarten van Hotel Augusta stond een zestal grote buffetbakken, half leeg, op een zacht vuurtje na te pruttelen. Ik vroeg langs mijn neus weg aan een dienstertje of ik, in plaats van iets te kiezen uit het menu, ook mocht opteren voor het buffet, want het zag er allemaal prima uit. Tja, dat moest ze even navragen, want dat buffet was voor een gezelschap geweest dat reeds vertrokken was, en was niet bestemd voor hotelgasten. Na enige tijd kwam ze met een lachje terug. Ja, als ik wou dan kon ik voor €17, 50 zoveel opscheppen als ik maar wilde! Daar ging de hongerige wandelaar graag op in en met een vorstelijk driegangendiner – soep vooraf en een bord met verschillende soorten bavarois na – werd de dag smakelijk besloten.

Op zondag heb ik in Weimar twee musea bezocht: ’s ochtends het Liszt-Haus en ’s middags het Schloss-museum. De benedenverdieping van het Liszt-Haus, de zogenaamde ‘Hofgärtnerei’ (tuinierswoning), die door de componist van 1869 tot 1886 jaarlijks enkele maanden bewoond werd, bleek volledig nieuw te zijn ingericht: een presentatie van leven en werk met de mogelijkheid fragmenten van zijn composities met koptelefoons te beluisteren; zelfs gedeelten van Liszt-films worden er vertoond. Het was een verrassing in één van de expositieruimtes alle wanden bedekt te zien met hoezen van Liszt-platen, alles in bruikleen gegeven door de Nederlander Koos Groen, oud-bestuurslid van de Franz Liszt Kring, die thuis een vrijwel complete verzameling eerste drukken van Liszts composities heeft en al veertig jaar lang iedere geluidsdrager met muziek van de grote componist aanschaft. Zijn verzameling is uniek in de hele wereld!

De bovenverdieping, de eigenlijkSAMSUNG CAMERA PICTURESe woning van de maestro, was min of meer zoals ik me die herinnerde van voorgaande bezoeken. De grote muzieksalon met de prachtige Bechstein-vleugel, waar langer dan vijftien jaar Liszt zijn masterclasses gaf en nog wel concerten worden gegeven; het bureau met Beethovens dodenmasker erop, waaraan de oude meester zijn composities en brieven schreef; het fraaie hoekje met aan de wand rechts het portret van Beethoven en links een medaillon van zijn vriend en weldoener Carl Alexander van Sachsen-Weimar-Eisenach; de eenvoudige slaapkamer met de nog originele klok en een hoge kast, waarin Liszt zijn manuscripten bewaarde – deze bevinden zich nu in het Goethe- und Schiller-Archiv; de eetkamer, de zogenaamde ‘Blaue Zimmer’, waar ’s avonds na het eten de meester en zijn vrienden een partijtje whist speelden; de dressoirs langs de wanden overladen met geschenken en onderscheidingen die de beroemde pianist tijdens zijn virtuozenjaren mocht ontvangen; het bediendekamertje, waar thans een buste van de jonge klavierleeuw uit 1839 te vinden is, gemaakt door de Italiaanse beeldhouwer Bartolini – onderstaande foto geeft een indruk van het rijke interieur dat tijdens de recente herinrichting aan de hand van foto’s en beschrijvingen zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat is teruggebracht.

 

De eerste drie dagen van de tweede week zijn goeddeels in het Goethe- und Schiller-Archiv doorgebracht. Ook dat was gerenoveerd. Hoog op de oever van de Ilm gebouwd, heeft men er een verdieping onder weten aan te leggen. Daar worden thans de vele tienduizenden manuscripten van kunstenaars bewaard die op een of andere wijze aan Weimar gerelateerd zijn – en dat zijn er tientallen; het Liszt-archief is Nr. 60….. Ook de studiezaal is verplaatst en geacclimatiseerd. Maar de totaalindruk van het Teutoonse gebouw met zijn brede, kaal-stenen trappenhuis en de vitrines in het centrale gedeelte van de bovenverdieping, waar wisselende exposities worden gehouden, is dezelfde gebleven. Het archief was het initiatief van Groothertogin Sophie – zij heeft bepaald welk bouwontwerp uiteindelijk gerealiseerd werd en waar het archief zou komen te staan – en zelden lijken Duitse eerbied voor de schone kunsten en Nederlandse degelijkheid zo gelukkig te zijn samengegaan: men kan zich geen gebouw voorstellen dat de culturele schatten van het verleden een veiliger onderkomen biedt. Onderstaande foto werd genomen vanaf de overzijde van de Ilm, die daar beneden onder het groen vredig kabbelt.

SAMSUNG CAMERA PICTURES

Het weerzien met Evelyn Liepsch, het hoofd van het Liszt-archief, was hartelijk. Ze was heel blij met de laatste vier afleveringen van het Tijdschrift van de Franz Liszt Kring, die zullen worden ingebonden en in de studiezaal een ereplaats zullen krijgen, zo beloofde ze me. Ik heb haar ook mijn nieuwe CD gegeven met daarop de reconstructie van de Mazeppa-schets uit het zich in het Goethe- und Schiller-Archiv bevindende Notenbuch 6 (GSA/60/N6). Daar hebben ze het in dit Urtext-tijdperk nog steeds een beetje moeilijk mee, geloof ik, alsof het een schande is een onvoltooide schets af te ronden en er iets moois van te maken. Wat is het anders dan het vinden van een stuk ruwe erts en net zo lang te poetsen en te schaven totdat er een flonkerende diamant ontstaat?

Frau Liepsch had het manuscript van de uiteindelijke orkestversie van het Symfonisch Gedicht Mazeppa en dat van de versie voor twee piano’s al voor me klaar gelegd, zodat ik direct aan het werk kon gaan. In 1986, nog in de DDR-tijd, had ik beide manuscripten al ingezien en aantekeningen gemaakt, maar op bepaalde punten was ik onzeker en heb alles nog eens grondig doorgewerkt en veertien bladzijden aantekeningen gemaakt. Daarnaast heb ik diverse, door Liszts assistent Joachim Raff netjes uitgeschreven, maar door Liszt zelf nadien gecorrigeerde manuscripten bestudeerd – dit om een goed beeld te krijgen van de verschillen in handschrift tussen beiden. Evelyn attendeerde me op een recent uitgekomen boek over Raff, een kostbare Zwitserse uitgave in full colour, welke ik met grote interesse heb doorgebladerd. Ook schonk ze me de facsimile van een door haar becommentarieerde brief van Liszt, een ‘Mitgliedsgabe der Deutschen Liszt-Gesellschaft’ van 2014.

Daarnaast ben ik gedurende deze drie dagen meermalen in de Herzogin Anna Amalia Bibliotheek geweest. Niet in de oude historische bibliotheek, die in 2004 helaas goeddeels in vlammen is opgegaan, maar in een modern complex dat nadien is verrezen aan de Platz der Demokratie. Daarin is namelijk de gelukkig bewaard gebleven persoonlijke bibliotheek van Franz Liszt ondergebracht en ik wilde graag zijn eigen exemplaar van de diverse versies van zijn Mazeppa-muziek inzien en controleren op eventueel gemaakte ‘nachträgliche’ aantekeningen; het scheppingsproces houdt namelijk niet op bij het verschijnen van de eerste druk, zoals ik uit ervaring weet.

In de pauzes was ik vaak in het naburige Residenz-Café te vinden, het oudste koffiehuis van Weimar tegenover het Groothertogelijk slot, waar ook Liszt regelmatig geweest zal zijn, want in de jaren veertig, vijftig en zestig van de 19de eeuw was dit koffiehuis ‘ein beliebter Treffpunkt der Weimarischen Künstlerschaft’, zo las ik op de menukaart. Goethe heeft enige tijd in het pand daarnaast gewoond. Bij uitbreiding van de zaak is dat pand in het restaurant opgenomen, de reden waarom men daarin thans de zogenaamde ‘Goethe-Zimmer’ vindt. In het verleden was de eigenaar van het koffiehuis tevens ‘Hofkonditoreimeister’. Iets van die traditie is bewaard gebleven, want tot op de dag van vandaag vindt men in een vitrine een royaal assortiment aan gebak van uitstekende kwaliteit, zoals ik hoogstpersoonlijk heb kunnen vaststellen. Ach, hoe vaak (te vaak) heb ik daar niet gezeten, in de gezellige Wintergarten met uitzicht op het slot….

 

Op woensdagmiddag was er nSAMSUNG CAMERA PICTURESog tijd het fraaie slot Belvedere, het zomerpaleis van Carl Friedrich van Sachsen-Weimar-Eisenach en zijn vrouw Maria Pavlovna, te bezichtigen. Het barokke slot, gebouwd naar voorbeeld van de Belvedere in Wenen, behoort tot de mooiste paleizen van Thüringen. Het ligt circa 4 km ten zuiden van Weimar in een bosrijke omgeving. Ik besloot erheen te wandelen langs de Belvedere Allee, die goeddeels parallel loopt aan het langwerpige Park an der Ilm. Rechts van de weg staan tientallen van die knoestige, monumentale, typisch-Teutoonse villa’s die daar in de loop van de 19de eeuw zijn verrezen en de eeuwigheid lijken te trotseren. Links ontwaart men na enige tijd het zogenaamde Römisches Haus, een in classicistische stijl opgetrokken ‘Parkhaus’, waar de oudste zoon van Amalia, Carl August von Sachsen-Weimar-Eisenach graag zijn gasten ontving. Het landhuis heeft de façade van een Griekse (Romeinse) tempel en is thans ingericht als een klein museum, waar men in het souterrain een expositie over de geschiedenis van het park kan bezichtigen.

 

SAMSUNG CAMERA PICTURES

Na een half uur wandelen, ziet men dan in de verte het Belvedere (‘Mooi uitzicht’, met name op Weimar en omgeving) door de bomen heen schemeren. Het is inderdaad een prachtig, toch nog vrij groot paleis, net als dat in Wenen geheel symmetrisch gebouwd en met zijn okeren muren warm uitstralend. In het hoofdgebouw is thans het zogenaamde ‘Rokokomuseum’ gevestigd, met kostbare collecties glas- en porseleinwerk. Het mooist is toch de tuin, met name de ‘Russischer Garten’, op wens van Maria Pavlovna aangelegd naar voorbeeld van de tuin van het zomerpaleis van de Romanovs in Sint-Petersburg, waar ze als kind gespeeld had (Maria Pavlovna was de zuster van Tsaar Alexander I). Ook Liszt zal hier vaak rondgelopen hebben, want op voet van vriendschap met de hertogelijke familie omgaand, kwam hij regelmatig op Belvedere. Is dat misschien de reden dat achter één van de vier omringende paviljoens het moderne ‘Musik-Gymnasium’ is verrezen, vergelijkbaar met de Yehudi Menuhin School in Engeland? De circa honderd hoogbegaafde tieners wonen er intern en combineren de laatste jaren van hun middelbare schoolopleiding met een gedegen muziekstudie.

Tot besluit van deze dagen in Weimar nog even ‘ein kleine Witz’. Woensdagavond had ik mijn hotelrekening al voldaan, maar donderdagmorgen, met mijn koffers naar beneden komend, liep ik nog even langs de balie om mijn sleutel af te geven. Een keurige jongeman in zwarte pantalon en wit overhemd deed dienst. “Ich hoffe dass es Ihnen in Hotel Augusta gefallen hat”, sprak hij hoffelijk. “Sicherlich”, antwoordde ik mijn beste Duits. “Wenn ich wieder nach Weimar komme, melde ich mich gerne wieder. Ist es möglich”, zo voegde ik er in een plotselinge opwelling me een beetje samenzweerderig naar hem toebuigend aan toe, “ist es möglich das Zahlen nächsten Mal zu machen? Ich bin jetzt ein bischen krapp ans Geld. Zuviel Bücher gekauft….” (wat niet helemaal onwaar was). Met verbaasde blik wierp de jongeman een blik op het computerscherm, zag dat ik alles al betaald had en antwoordde gevat: “Kein Problem, Herr Brussee, dass machen wir! Bis nächsten Mal dann, und gute Reise!”

 

Wenen, Heiligenstadt, Raiding

De treinreis naar Wenen verliep voorspoedig (via Fulda) en deels lezend, deels genietend van het prachtige Oostenrijkse landschap arriveerde ik omstreeks 17.00 uur in Wien Hauptbahnhof. Een taxi bracht me naar Hotel Terminus, niet zo riant als Hotel Augusta in Weimar, maar gunstig gelegen in de wijk Mariahilf, dicht bij de Hofburg en de Opera.

’s Avonds was er nog tijd vooSAMSUNG CAMERA PICTURESr een verkennende wandeling en ik moet zeggen: Wenen doet voor Parijs niet onder. Het was niet de eerste keer dat ik in de stad van Mozart en Beethoven was, maar dat waren korte bezoeken van slechts een enkele dag geweest. Pas nu, vijf dagen in de hoofdstad van het oude Habsburgse rijk, ben ik volledig doordrongen geraakt van het stedelijk schoon van deze metropool. Eén foto slechts, genomen op de Heldenplatz, met op de voorgrond het standbeeld van Prinz Eugen, die in 1683 de Turken voor de poorten van Wenen wist te verjagen; op de achtergrond ontwaart men het neogotische stadhuis dat wel iets weg heeft van het Vredespaleis in Den Haag en inderdaad omstreeks dezelfde tijd gebouwd werd.

Na een zwoele nacht – het was volop zomer in Wenen; het kwik steeg overdag tot 33 graden en ’s nachts koelde het maar nauwelijks af – ging ik de volgende morgen op pad naar de muziekafdeling van de Österreichische Nationalbibliothek aan de Herrengasse 9, niet ver van de ingang tot het Hofburg-complex met zijn groenkoperen koepel. Ik hoopte er informatie te vinden over één van de eerste uitvoeringen van het Symfonisch Gedicht Mazeppa onder leiding van de ‘Walzerkönig’ Johann Strauss (!). De bibliotheek bleek helaas gesloten te zijn vanwege interne reorganisatie, maar zou op maandag 1 augustus weer open zijn.

Ik had dus plotseling drie dagen te overbruggen en besloot deze te besteden om in het spoor te treden van een componist die Liszt als nauwelijks een ander bewonderde en aan de verspreiding van zijn oeuvre met tal van prachtige transcripties baanbrekend heeft bijgedragen: Franz Schubert. Ik kocht daartoe in Musikverlag Doblinger een boekje met als titel Wien für den Musik-Liebhaber – Ein Reiseführer zu allen Musikstätten in der Welthauptstadt der Musik en begon met een visite aan Schuberts geboortehuis aan de Nussdorfer Strasse in de wijk Nähring in het noordwesten van Wenen.

SAMSUNG CAMERA PICTURES

Op weg daarheen, op metrostation Schottenhof overstappend, kon ik de verleiding niet weerstaan eerst de Schottenhof nog eens te bezoeken, waar Liszt bij zijn bezoeken aan Wenen altijd logeerde bij zijn neef Eduard. Het Schottenhof bestaat uit drie in elkaar overlopende hofjes in het hart waarvan plantsoentjes zijn aangelegd, zodat je opeens een heel andere wereld binnenstapt: een wereld waarin nog iets van het verleden doorklinkt en de rust als een verkoelend briesje over je komt. Het statige huis waarin Liszt tientallen keren gelogeerd heeft in de zogenaamde ‘blaue Zimmer’, die thans in het Liszt-museum te Raiding geïntegreerd is, is niet te bezichtigen. De Schottenkirche echter, waar de oudere abbé vaak op de knieën ging, en het bijbehorende Schottenmuseum zijn vrij toegankelijk. In het museum was ik nog niet eerder geweest en ik stond verbaasd over de hoeveelheid en kwaliteit van de kunstwerken die daar tentoongesteld worden: veel Vlaamse en Noord-Nederlandse meesters, zowaar een heuse Rubens en een alleraardigst ‘Zoölogisch Kabinet’, waar kleurige papegaaien je levensecht aanstaren.

 

Het Schubert-Haus is gevestigd in zijn geboortehuis, een eenvoudige woning, niet meer dan een keukentje en twee kamers, waarin thans een aantal afbeeldingen en portretten, Schuberts bril en zijn vleugel worden geëxposeerd. Enkele jaren later verhuisde de familie Schubert naar een royalere woning aan de Säulengasse 3, waar meer plaats was voor de school die vader Schubert leidde. In dit huis heeft Franz Schubert tot 1817 gewoond en ontstonden vroege meesterwerken als het lied Der Erlkönig. Het pand stond daarom enige tijd bekend als het ‘Erlkönighaus’, maar thans is er een garage in gevestigd, Garage Schubert….

Niet ver daarvandaan staat de Lichtenthaler Kirche, een eenvoudig kerkje waar Schubert als knaap in het koor gezongen heeft, hij vele jaren als organist werkzaam was, en onder zijn leiding zijn eerste geestelijke werken voor koor, orkest en orgel tot klinken kwamen. Voor de kerk ligt een eenvoudig plantsoentje met – onder een lindeboom…. – de buste van de grote componist.

SAMSUNG CAMERA PICTURESSAMSUNG CAMERA PICTURES
Op zondag 30 juni ben ik naar Heiligenstadt gegaan, vroeger een dorpje even ten noorden van Wenen, thans een voorstad die met de S-Bahn goed bereikbaar is. Beethoven bracht in die streek graag de zomer door en heeft er verschillende huizen bewoond. Eén ervan ligt tegenover de Pfarrkirche, een zeventiende-eeuws huis, laag en gedrongen als een plaggenhut, met een sculptuur van St Florian op de hoek. Achter dat huisje, waarin thans een café is gevestigd, vind je in een tuin een dramatisch beeld van de dove componist, die een tragische leven leidde (zie de volgende bladzijde, links).

Als je vandaar de Eroicagasse inloopt kom je na zo’n tien minuten wandelen bij een beekje, waar de zogenaamde ‘Beethovengang’ begint, een wandelroute langs de Schreiberbach die Beethoven waarschijnlijk tot inspiratie is geweest bij het componeren van het tweede deel van zijn Pastorale. Het sterk gekanaliseerde stroompje met zijn stenen bedding en artificiële watervalletjes was minder idyllisch dan ik me had voorgesteld….

Na een paar honderd meter komt men in een parkje, waar andermaal een Beetoven-standbeeld te vinden is. In gedachten verzonken zat ik wel twintig minuten aan de voet van het standbeeld. Daar kwam een dame op me af die haar hondje uitliet. “Sie sind ungezweifelt ein grosser Beethoven-fan”, zei ze. We raakten aan de praat. Ze vertelde me, dat ze ook zelf een groot liefhebster van de muziek van Beethoven was. Wat had ze niet genoten van zijn muziek in uitvoeringen geleid door groten als Herbert von Karajan en Karl Böhm – Karl Böhm, die daar niet zover vandaan in Grinzing gewoond had en ze persoonlijk gekend had. “Ja”, zo sprak ze niet zonder ontroering, “ohne Musik ist das Leben nicht lebenswerth!” Haar woorden deden me denken aan de titel van de door Helen Metzelaar geschreven biografie van de Nederlandse componiste Henriëtte Bosmans, die ooit eens gezegd heeft: “Zonder muziek is het leven overbodig….”

Een derde Beethoven-standbeeld vond ik later in de middag in het Heiligenstadt-Park, waar in de eerste helft van de 19de eeuw een badinrichting gevestigd was; het water van een geneeskrachtige bron zou tal van kwalen genezen: huidziekten, leverklachten…. Ook Beethoven heeft hier meermalen zijn geluk beproefd. Het standbeeld toont ons de grote componist tijdens een van zijn wandelingen, kracht opdoend in de vrije natuur.

SAMSUNG CAMERA PICTURES SAMSUNG CAMERA PICTURES

Maandagmorgen kon ik dan eindelijk mijn musicologische spitwerk beginnen. Met behulp van de bibliothecaris heb ik inderdaad een recensie van de bewuste, door Johann Strauss geleide uitvoering van het Symfonisch Gedicht Mazeppa kunnen vinden; de muziek klonk in aanwezigheid van de componist tijdens een concert in de Volksgarten. De bespreking stond in Blätter für Musik, Theater und Kunst van 19 september 1856 en zal integraal in het hoofdstuk over de receptie van Liszts Mazeppa-muziek worden opgenomen. Aanvullende informatie over de relatie Liszt – Johann Strauss vond ik in Johann Strauss (Sohn) – Leben und Werk in Briefen und Dokumenten, dat ik in de leeszaal in een kast zag staan. Daarin valt onder andere te lezen dat Strauss in diezelfde tijd (1856) – vlak voor een concertreis naar Rusland – de wals Abschiedsrufe an Wien, opus 179, gecomponeerd heeft en deze aan Franz Liszt heeft opgedragen. Liszt en Strauss Junior hebben elkaar kennelijk beter gekend dan ik wist.

Drie jaar later, op 12 maart 1859, voerde de Liszt-leerling Hans von Bülow het Symfonisch Gedicht Mazeppa uit in Praag. Ik wist dat dat concert in de Tsjechische krant Bohemia was verslagen en had de stille hoop die krant in de Oostenrijkse hoofdstad te vinden. In de afdeling ‘Zeldzame oude drukken voor 1900’, gevestigd in het souterrain van de imposante Neue Burg aan de Heldenplatz, heb ik het dagblad inderdaad kunnen raadplegen. De recensie door een zekere ‘V’ is ook daarom van belang omdat het de eerste positieve bespreking is van het aanvankelijk verguisde, maar later zo populaire symfonisch gedicht.

Het duurde echter een paar uur voor de loodzware ingebonden jaargang uit het magazijn was opgediept. Dat gaf me de tijd de expositie Der ewige Kaiser te bezichtigen in de ‘Prunksaal’ van de Neue Burg, een buitengewoon indrukwekkende zaal met zo ver het oog reikt niets dan boeken, globes en standbeelden. Foto’s maken was helaas verboden. De expositie was zeer uitgebreid en toonde honderden portretten en foto’s van de ‘Eeuwige keizer’, Joseph I, die (met ijzeren hand en met behulp van de gevreesde Geheime Politie) tot in de 20ste eeuw als een absoluut vorst over het afbrokkelende Habsburgse rijk heerste. Laat ik nu altijd gedacht hebben, dat Franz Liszt de meest geportretteerde en gefotografeerde man van de 19de eeuw is geweest. Dat staat in verscheidene boeken, onder andere in de plaatwerken van Ernst Burger, met trots vermeld. Als we de tekst in de catalogus mogen geloven, is onze vriend thans naar de tweede plaats verwezen en is hem de loef afgestoken door die andere Franz, die vanaf het moment dat hij in de wieg lag tot op zijn doodsbed niet honderden, maar duizenden malen is afgebeeld.

Op de laatste dag in Oostenrijk heb ik Raiding bezocht, het dorpje in Burgenland aan de Hongaarse grens waar Franz Liszt geboren is. De busreis met een overstap in Weppersdorf duurde ruim drie uur. Pas omstreeks het middaguur kwam ik in het rustige dorpje aan en vond mijn weg naar het Liszt-Haus, dat stralend wit in de zon lag te blakeren. In dit eenvoudige huisje stond ooit de wieg van de man die later heel Europa aan zijn voeten vond en met vorsten omging als waren het zijn gelijken.

SAMSUNG CAMERA PICTURES

In de jaren negentig van de vorige eeuw had ik het Liszt-huis al eens bezocht, toen vanuit Sopron in Hongarije, maar het museum heeft sindsdien een goede opknapbeurt gehad. De wijze van exposeren is niet alleen wetenschappelijker geworden, het aantal tentoongestelde Liszt-archivalia is ook toegenomen. Nieuw voor mij was bijvoorbeeld een geëxposeerde handgeschreven catalogus, waarin de kerkmuziek vermeld staat die ten hove van de Esterhazy’s is uitgevoerd. De opgeslagen bladzijde toont aan dat Adam Liszt, de vader van Franz, ooit een Te Deum gecomponeerd heeft. Ik wist dat Liszts vader goed klavier speelde en als cellist enkele jaren werkzaam is geweest in het orkest van de Esterhazy’s, maar dat hij ook gecomponeerd heeft – dat was een verrassing voor me!

Naast Liszts geboortehuis is een concertzaal verrezen, een zaal die met zijn houten wandbekleding wat doet denken aan de Arnold SAMSUNG CAMERA PICTURESSchönberg-zaal van het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. De akoestiek schijnt in deze concertzaal uitstekend te zijn – dit in tegenstelling tot die in de Haagse zaal. In de bovenfoyer vindt de tentoonstelling van het Liszt-museum tegenwoordig een vervolg. Aan de wand worden afbeeldingen van concertzalen getoond, waarin Liszt tijdens zijn virtuozenjaren triomfen vierde. Ook de genoemde ‘blaue Zimmer’ van de Schottenhof is hier ondergebracht en biedt als het ware evenwicht aan het hieronder afgebeelde, met zijn witte en blauwe kleurschakeringen bijzonder fraai vormgegeven ‘zitje’.

 

München

Op de terugreis naar Nederland heb ik een poging gedaan Ernst Burger, die in München woont, een bezoek te brengen. We hadden elkaar twee jaar geleden in Amsterdam ontmoet, toen hij samen met zijn vrouw zijn zoon bezocht, die studeert aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in onze hoofdstad. Helaas bleek het mij opgegeven telefoonnummer niet langer in gebruik. Misschien is hij verhuisd of leeft hij teruggetrokken in zijn chalet in de Beierse Alpen. Jammer, ik had de nu 77-jarige pianist en schrijver graag nog eens ontmoet; zijn prachtige collectie Lisztiana, die overigens voor een deel al is ondergebracht in het Liszt-Haus te Bayreuth, behoort tot de meest belangrijke wereldwijd.

De vrijgekomen dag heb ik besteed om de Nymphenburg te bezichtigen, het Versailles van de koningen van Beieren. Het werd één van de hoogtepunten van deze toch al mooie reis. Prachtig vooral was het sierlijke rococopaleisje Amalienburg en het ‘Chinesische Pavilion’, beide in de wijdse landschapstuin achter het paleis gelegen.

In 1845 werd Ludwig II op Nymphenburg geboren. Wie aan Ludwig II denkt, denkt aan Richard Wagner die een speciale band met de jonge vorst had. En wie aan Wagner denkt, denkt aan Liszt, die zich levenslang voor het magistrale oeuvre van zijn vriend heeft ingezet. Hij was het die op 28 augustus 1850 de wereldpremière van de opera Lohengrin leidde. Hij was het die de dirigeerstok hanteerde toen aan het slot van de derde akte onder uitzinnig geklap van het verrukte publiek opeens een witte zwaan ten tonele verscheen. Deze associaties regen zich aaneen in mijn hoofd toen ik de Nyphenburg naderde en tal van foto’s maakte. “Alleen de zwaan ontbreekt er nog aan”, mompelde ik zachtjes voor me heen, en warempel, de woorden waren nog niet gesproken of daar kwam hij statig door het water aangegleden…..

SAMSUNG CAMERA PICTURES

-.-.-.-.-.-.-.-.-

En zoals Lohengrin op de rug van de witte zwaan naar Albion terugkeerde, naar het hof van Koning Arthur en de Ridders van de Tafelronde, zo keerde ik daags daarna terug naar de Lage Landen aan de Zee – niet op de rug van een zwaan, maar op een elektrisch aangedreven ijzeren paard dat me in gestrekte draf naar Den Haag terugbracht.

Het kan verkeren, zei Bredero….!

Albert Brussee

(Den Haag, augustus 2016)