AB II-12

Beschrijving

Albert Brussee

ELEVEN STUDIES ON A  THEME BY J. MULDERS

for piano

Dit etudewerk in variatievorm werd reeds eerder in 2004 en, gereviseerd, in 2010 gepubliceerd. De huidige editie betreft de derde, finale versie, die wezenlijk verschilt van de beide voorafgaande. De in technisch opzicht veeleisende etudes werden tweemaal afgewisseld door een intermezzo van meer verpozend, melodisch karakter. In tegenstelling tot beide eerdere versies zijn deze twee intermezzi variaties op het thema, respectievelijk in het karakter van een statige sarabande (Sarabande elegica) en een charmante wals (Valse charmante). De aangewende variatietechniek is die van het type ‘karaktervariatie’, waarbij over het algemeen het aantal maten, de zinsbouw en de harmonische functies in essentie in tact blijven. Dit geldt in het bijzonder voor de etudes aan de periferie. Die in het hart van de compositie, met name Etude VI en VII, bewegen zich verder van het grondplan af, zowel qua toonsoort, structuur als harmoniek. Het werk werd opgedragen aan de Griekse pianist Theodore Tzovanakis (https://tzovanakis.com), die de wereldpremière van deze compositie verzorgde in Genève en de compositie daarna vier maal in Nederland ten gehore bracht.

Stijl: romantisch, modaal.
Moeilijkheidsgraad: Trap VIII-X (bij een indeling in XII trappen).

Thema – Andante
Etude I – Un poco più mosso
Etude II – Alla Siciliano
Etude III – Allegro non troppo, ma burlesco
Etude IV  Sarabande elegica (Intermezzo I) – Grave
Etude V – Allegro appassionata e agitato
Etude VI – Andante quieto e espressivo
Etude VIII Valse charmante (Intermezzo II) – Moderato
Etude IX – Maestoso, non troppo lento
Etude X – Tranquillo e armonioso
Etude XI – Presto furioso
Thema – Come prima

RECENSIES Qua vorm doet het werk enigszins denken aan Schumanns Études Symphoniques, zij het dat Brussee afziet van een lange en grandioze Finale, en in plaats daarvan het fraaie thema nog eens in alle eenvoud laat klinken, als een verstild ‘das war einmal…’ Dit thema, dat door Brussee wordt gekarakteriseerd als ‘echt-Hollands, stoer-eenvoudig’, doet mij door het uitgebalanceerde modale karakter ook wel wat aan de taal van César Franck denken. Doordat de harmonie en het melodische verloop ervan in vrijwel alle variaties duidelijk hoorbaar blijven, is die modaliteit bepalend voor het hele werk, dat er een licht melancholieke, enigszins Franse sfeer door krijgt. De eigenlijke variaties zijn technisch veeleisende etudes in de traditie van Chopin, Liszt en Rachmaninov. (…) Ook al lijken deze stukken een bepaald technisch probleem als uitgangspunt te hebben, toch gaat het hier niet om methodische oefenstukken, maar meer om muziek waarvoor je gewoon heel goed piano moet kunnen spelen. Dit werk hoort op het podium thuis! Curieus is natuurlijk dat een componist van nu zich uitdrukt in een muzikale taal van globaal honderd jaar geleden. Ik zou dit echter niet als nadelig willen zien. Veeleer is het zo dat Albert Brussee als een van de weinige pianisten van tegenwoordig werkelijk aansluiting zoekt bij de traditie van de grote pianisten uit het begin van de twintigste eeuw, die meestal veel meer waren dan de pure uitvoerder die tegenwoordig norm is geworden. In het licht van een dergelijk omvattend muzikant-zijn neemt hij de beslissende stap door daadwerkelijk te componeren in de stijl die hem als pianist zo na aan het hart ligt. Wie dat een anachronisme vindt, zou in feite ook het spelen van alle klassieke muziek moeten veroordelen….
Bert MooimanPiano Bulletin 2011-1.

ZAKELIJKE GEGEVENS © 2018 (derde, finale versie) AB Music Productions & Editions, Den Haag. 44 bladzijden; met een voorwoord in het Nederlands en Engels. Verkrijgbaarheid: via de muziekhandel of rechtstreeks bij de uitgever. Prijs: € 19,50.

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen.

Wees de eerste om “AB II-12” te beoordelen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

19.50

Dit etudewerk in variatievorm werd reeds eerder in 2004 en, gereviseerd, in 2010 gepubliceerd. De huidige editie betreft de derde, finale versie, die wezenlijk verschilt van de beide voorafgaande. De in technisch opzicht veeleisende etudes werden tweemaal afgewisseld door een intermezzo van meer verpozend, melodisch karakter. In tegenstelling tot beide eerdere versies zijn deze twee intermezzi variaties op het thema, respectievelijk in het karakter van een statige sarabande (Sarabande elegica) en een charmante wals (Valse charmante).

Categorie:
TOP